Griel

De griel is zeer goed gecamoufleerd en valt in een open zanderige omgeving bijna niet op. Bij onraad drukt hij zich tegen de grond. Heeft een verborgen levenswijze, zeker in de broedtijd; maar is in de schemer vaak luidruchtig.

Karakteristieke, grote steltloper met lange poten en korte, zwart-gele snavel. Groot geel oog, gele poten, duidelijke witte wenkbrauwstreep en witte vleugelstreep vallen op. Bij verjaging rent de vogel in eerste instantie weg, wordt het lichaam horizontaal gehouden en de kop ingetrokken tussen de schouders. De vlucht is krachtig met ondiepe vleugelslagen. De griel is zandbruin van kleur met over het grootste deel van het lichaam donkerbruine schakering. Bij het mannetje is de witte vleugelstreep duidelijker begrensd met zwart dan bij het vrouwtje. Het zwart-witte vleugelpatroon valt duidelijk op tijdens de vlucht.

De griel is zeer zelden te zien bij ons.

๐Ÿ“ Uitkerkse polder – Waarnemingen